Van micro-institutionalisering naar het nieuwe paradigma
Binnen de literatuur over het 'nieuwe paradigma' wordt vaak gewaarschuwd voor
de dreigende tweedeling tussen matig en ernstig verstandelijk gehandicapten. Vernieuwingen
waren vooral gericht op de personen met een matige en lichte verstandelijke handicap. Deze
vernieuwingen kunnen immers meestal plaatsvinden met een gesloten beurs. (Van Gennep:
1997, Paradiga-verschuiving in de visie op zorg voor mensen met een verstandelijke
handicap; Tijdschrift voor orthopedagogiek).
In het nieuwe paradigma is het begrip zorg vervangen door het begrip
ondersteuning. Dit begrip kan worden omschreven als 'het toegang geven van de betrokken
persoon tot voor hem belangrijke kennis, middelen en relaties die nodig zijn om in de
samenleving te kunnen wonen, werken en recreëren'. Ondersteuning heeft de volgende
kenmerken:
a) iemand hoeft niet 'klaar' te zijn
b) ondersteuning wordt flexibel gegeven
c) ondersteuning wordt gegeven vanuit het sociale netwerk en het
sociale vangnet
(uit A.TH.G. van Gennep Paradigma-verschuiving in de visie op zorg
voor mensen met een verstandelijke handicap. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 1997)
Er bestaat een gevaar dat in de praktijk het etiket 'supported
living' geplakt wordt op een systeem dat eigenlijk een voorbeeld is van
micro-institutionalisatie (Sinson; 1990) en (Gunzberg; 1992).
Onderzoeksvragen bij de pilot-studie "Lydian"
In het project is gekozen om de AAMR-systematiek uit te voeren bij
iemand met een ernstige verstandelijke handicap (oude definitie) en een intensieve
ondersteuningsvraag (nieuwe definitie). Binnen dit project wordt gekeken op welke wijze
het model van supported living te realiseren is bij iemand met een intensieve
ondersteuningsvraag. Hoe dit proces verloopt, welke praktische zaken we tegenkomen en wat
de financiële consequentie is. We willen nagaan op welke wijze de vernieuwingen ook te
realiseren zijn bij iemand met een ernstige verstandelijke handicap en tevens nagaan en
onderzoeken welke financiële consequenties hieraan verbonden zijn.
Voorgeschiedenis van Lydian
Lydian is het derde kind in het gezin. Ze was als baby gemakkelijk.
Tot haar tweede jaar waren er geen opvallende bijzonderheden. Daarna viel op dat ze niet
altijd adequaat reageerde. Na enkele opnamen in het ziekenhuis bleek dat er sprake was van
epilepsie. Door waarschijnlijk de verschillende ziekenhuisopnamen heeft ze een tijdlang
claimend gedrag vertoond. Lydian heeft tot haar zevende jaar thuis gewoond. Haar gedrag
werd moeilijker. Met name overgangen werden een probleem. De tijd na opname was echter een
traumatische periode. Doordat ze was gevallen, waren haar tanden uit haar mond. Ze had
hechtingen in haar hoofd. Haar kleding raakte kwijt. Moeder omschrijft het als een
aftakelingsp roces. Vanaf 1970 tot 1996 woonde ze op verschillende afdelingen. Ze was vaak
bang voor andere cliënten. Ze vertoonde regelmatig agressief gedrag naar hen. Omdat men
hier niet altijd raad mee wist, is Lydian regelmatig vastgebonden op bed of in haar kamer
opgesloten.
Van grootschaligheid naar kleinschaligheid
In 1996 is Lydian verhuisd van een afdeling in de oudbouw naar een
kleinschalige woonvoorziening van 6 personen, een semi-permanente woning op het terrein. In
eerste instantie leek dit goed te gaan. In dit huis zouden slechts 6 mensen wonen en
het zou
veel kansen bieden voor Lydian. Maar na verloop van tijd reageerde ze ook hier op een
negatieve wijze op een van haar huisgenoten. Ook in de kleinschalige woonvoorziening
blijven er toch de beperkingen van een inrichting. Het grootste probleem voor Lydian is
dat er samengewoond moet worden met mensen die niet zelf uitgekozen zijn met alle gevolgen
van dien. De gedragsproblematiek (negatief-destructief gedrag) blijft bestaan, omdat er
door de wijze van samenleven en (on)mogelijkheden van het systeem te weinig ruimte geboden
kan worden aan de wensen en behoeften van Lydian zelf. Betaalde medewerkers komen in de
rol van 'politieagent': het uit elkaar houden van mensen die elkaar niet mogen,
uitmondend in een repressief beleid. Medewerkers, pedagoog, familie en zeker ook Lydian
zelf voelen zich niet gelukkig met dit beleid. Er volgt een lange periode van minstens een
jaar waarin allerlei methodieken worden uitgeprobeerd. Er volgen video-opnames,
besprekingen, wijzigingen in zorgvragen, uitbreiding van uren, maar niets leidt tot een
werkelijk resultaat. We lopen met elkaar op tegen de grenzen van het bestaande systeem. Er
ontstaat een steeds groter wordend gevoel van machteloosheid bij de medewerkers. In de
zomer van 1998 zijn we echt vastgelopen. Haar gedrag wordt steeds problematischer en wordt
er steeds meer overgegaan op maatregelen die haar beperken in haar vrijheidsdrang.
Van kleinschaligheid naar het support-model
In de zomer van 1998 starten we met een nulpunt: ouders, broer,
schoonzus en medewerkers komen bij elkaar om na te denken over de ideale situatie. De
besprekingen worden gehouden volgens de lijnen van de methodiek van persoonlijke
toekomstplanning. De methodiek is wel enigszins aangepast, aangezien Lydian niet zelf in
staat is te verwoorden wat zij zelf graag zou willen. Het kost soms moeite om in de
besprekingen de denkwijze van het instituut los te laten. Steeds weer is er de neiging
idealen al in te dammen in de huidige mogelijkheden. Het vereist moed om het
instituutsdenken los te laten. Toch wordt er uiteindelijk gekozen om het instituutsdenken
volledig los te laten en over te gaan naar het support-model. Deze overgang in denken
wordt actief gestimuleerd door het management. Voor ouders betekende deze beslissing veel:
moeder gaf aan dat deze beslissing net zo intensief was als de uithuisplaatsing jaren
geleden! Het instituut betekent ook zekerheid: men weet wat het te bieden heeft. De
overgang naar het support-model is ook een overgang naar het onbekende. Er is nog weinig
bekend over de toepassing van het model bij mensen met een intensieve ondersteuningsvraag.
Voor medewerkers en management van stichting Arduin betekent het 'project Lydian' een
uitdaging. De beslissing van ouders was doorslaggevend voor het doorgaan van het
project.
Zonder hun steun zouden we niet overgaan tot de fundamentele wijziging in zorgverlening.
De ouders gingen bij het nemen van de beslissing niet over één nacht ijs: ze lieten zich
informeren en namen de tijd om literatuur te lezen over het nieuwe paradigma: het
support-model. Door de besprekingen in de zomer van 1998 was een kleine kerngroep
ontstaan,
bestaande uit ouders, een broer en schoonzus, medewerkers uit de woning en dagbesteding,
de persoonlijk assistent en de orthopedagoog. Na de positieve beslissing van de
ouders
werd deze kerngroep uitgebreid met een manager en een extra persoon die mee zou denken
over hoe het netwerk uit te breiden. Door jarenlang wonen in een instituut waren er naast
de familieleden geen andere contacten in de samenleving, buiten de contacten opgebouwd
binnen stichting Arduin zelf. De kerngroep besloot om tweewekelijks bijeen te komen om
vaart te houden in het gehele proces.
De taakgebieden van de kerngroep
Drie taakgebieden waren te onderkennen in de activiteiten:
1) het zoeken naar een geschikte woning
2) het maken van een ondersteuningsprofiel volgens de
AAMR-systematiek
3) het uitbreiden van het sociale netwerk
1) het zoeken naar een geschikte woning
Ook bij dit proces bleek het moeilijk om het oude instituutsdenken
echt los te laten: in eerste instantie werd gezocht binnen bestaande woningen van
Arduin. Ook sloegen we in eerste instantie de richting in om samen met
persoonlijk
assistenten van andere cliënten in contact te treden om een gezamenlijke 'woongroep' op te
starten. Gecorrigeerd door een oplettende manager verlieten we weer snel deze ingeslagen
weg en gingen echt nadenken: welke buurt, wat voor een huis, welke voorwaarden! Besloten
werd om een huis te zoeken in de buurt van de familie. Het zou een huis moeten worden met
ruimte om buiten te spelen, zonder lastige trappen en met een extra kamer voor een
slaapdienst. We zouden gaan proberen Lydian alleen te laten wonen. Het huis zou wel
ruimte moeten kunnen bieden aan eventueel een tweede persoon, mocht Lydian op den duur
toch aan willen geven samen te willen wonen. Het woonbureau van Arduin ging met de
opdracht aan de slag: verschillende huizen werden aangeboden, maar steeds zeer kritisch
getoetst door de kerngroep.
Uiteindelijk wordt een woning gevonden. Het is een woning in de
nabije omgeving van haar familie. De woning maakt onderdeel uit van een blok woningen die
vooral geschikt zijn voor kleine huishoudens en bejaarden. De woning is geheel
gelijkvloers en grenst aan een park. Vanuit de woning en voorliggende tuin is er direct
zicht op een park. De woning beschikt over een woonkamer, slaapkamer, keuken, (ruime)
badkamer en berging. Er is nog een centrale berging aanwezig tussen de woningen,
bijvoorbeeld
voor het stallen van fietsen.
2) het maken van een ondersteuningsprofiel volgens de
AAMR-systematiek
In 1992 is er een nieuwe definitie van verstandelijke handicap
bepaald door de American Association on Mental Retardation (AAMR). Binnen de oude
definitie werd de verstandelijke handicap gezien als een persoonskenmerk. Er werd een
indeling gemaakt in vier categorieën namelijk: licht, matig, ernstig en zeer ernstig
verstandelijke handicap. In de nieuwe definitie wordt de verstandelijke handicap niet meer
gezien als persoonskenmerk, maar als de wijze van functioneren binnen de context van de
samenleving. Het is hierbij van belang zowel inzicht te krijgen in de mogelijkheden van
de persoon als wel in de kenmerken en mogelijkheden van zijn omgeving. Het is eigenlijk
niet goed mogelijk om dit in kaart te brengen door alleen de persoon te bestuderen en door
gegevens uit intelligentietests en andere meetinstrumenten op een rijtje te zetten. Het
gehele netwerk moet er eigenlijk bij betrokken zijn. In het geval van Lydian is de gehele
kerngroep hier dan ook bij betrokken. Er is begonnen om de sterke en minder sterke
aspecten van Lydian in kaart te brengen. Dit werd gedaan aan de hand van de 10 adaptieve
vaardigheden die gebruikt worden bij de AAMR-systematiek. Er is een formulier gemaakt
waarin de tien adaptieve vaardigheden werden genoemd (communicatie, zelfbepaling,
samenleving, gezondheid en veiligheid, sociale vaardigheden, wonen, dagbesteding, vrije
tijd, schoolse vaardigheden en zelfverzorging). Op dit formulier kon men in enkele zinnen
weergeven wat met betrekking tot dit item een sterk punt is en wat een minder sterk punt
is. Dit formulier werd afzonderlijk ingevuld door ouders, persoonlijk assistent,
medewerkers woning en dagbesteding. Een gedeelte van de informatie werd aangevuld vanuit
dossieronderzoek (gegevens die al eerder verzameld waren in het kader van het maken van
een zorgplan (is vervangen door het persoonlijkplan "redactienoot")). De afzonderlijke gegevens werden bij elkaar gevoegd en deze nieuwe versie
werd uitgedeeld aan de leden van het kernteam. Deze hebben dit weer afzonderlijk bekeken
en bekritiseerd. Zo bleek er een verschil in opvatting over de wel of niet aanwezige
sterke kanten van Lydian op het gebied van zelfbepaling. Binnen de dagbesteding was men
van mening dat Lydian goed kon aangeven wat zij wel en niet wilde. De persoonlijk
assistent en de medewerkers van de woning gaven aan dat Lydian nog niet goed aan
kon geven wat
ze wilde. Na vergelijking van de gegevens en mondelinge uitwisseling bleek dat er binnen
de dagbesteding meer alternatieve vormen van communicatie werden gebruikt. Omdat Lydian
ook (forse) gedragsproblematiek heeft, werd besloten om de dimensie emotioneel en
psychisch functioneren niet door middel van vragenlijsten in te vullen of alleen
door middel van kwalitatieve interviews in te vullen, maar door de problematiek uitgebreid
te onderzoeken. Gekozen is voor de methodiek zoals deze gebruikt wordt door prof. dr. A.
Dosen om te komen tot een integratieve diagnose. Dit is op zichzelf een omvangrijk
onderzoek, waarbij er bij ouders een uitgebreide anamnese wordt afgenomen en alle
ontwikkelingsniveaus (emotioneel, cognitief, sociaal etc.) worden beschreven. Vanuit
verschillende invalshoeken wordt gekomen tot een integrale beeldvorming. Het grote
voordeel van deze methodiek is dat men uitkomt op een hulp/begeleidingsvraag die gericht
is op verdere emotionele groei. Op grond van de definitieve versie van het
sterkte/zwakteprofiel (waar de integratieve diagnose een onderdeel van uitmaakte) en op
grond van aantekeningen die gemaakt waren door de orthopedagoog tijdens besprekingen van
het kernteam en van losse gesprekken met verschillende mensen, werd het
ondersteuningsprofiel opgesteld. Doordat er nauw samengewerkt wordt met het kernteam bleek
er ook veel in te vullen. Door de vragen die inmiddels gesteld waren bij het maken van het
sterkte/zwakteprofiel, zijn mensen bewust of onbewust aan het denken gezet. Voordat het
ondersteuningsprofiel al op papier stond, was de ondersteuning soms al drastisch
gewijzigd.
Doordat het sociale netwerk al vanaf het allereerste begin van het
proces betrokken raakt (in dit geval familie) raken zij ook enthousiast en gaat de
natuurlijke ondersteuning ook direct in gang. Het ondersteuningsprofiel kan nu gebruikt
gaan worden ten behoeve van het persoonlijke plan.
3) het uitbreiden van het sociaal netwerk
Tijdens de besprekingen werd al snel duidelijk dat Lydian geniet van
allerlei activiteiten. Haar vrijetijdsbesteding werd gaandeweg het proces daardoor ook al
fors uitgebreid. Zo werd ze door haar persoonlijk assistent opgegeven bij een instuif
(niet uitgaande van stichting Arduin) en een soos op zaterdagavond, een knutselinstuif in
Vlissingen. Het bleek nog wel lastig om vanuit de woning op het instituutsterrein al leuke
contacten te leggen met anderen in de samenleving. Na veelvuldige pogingen van de
persoonlijk assistent, werd besloten om echt goed te beginnen op het moment dat de woning
bekend is. Dan kun je gerichter in de nabije omgeving naar contacten gaan zoeken. Lydian
heeft een kleine familie, maar de betrokkenheid is erg groot. Bij het zoeken van de
woning werd bewust gezocht naar een woning die in de buurt van haar ouders en broers
stond. De woning die uiteindelijk gevonden is, staat op ongeveer 50 m afstand van haar
broer Fred. Moeder heeft op een natuurlijke wijze contact kunnen maken met de buren. Deze
vroegen aan moeder of zij de nieuwe bewoner was van de woning. Moeder kon hierop ingaan en
heeft hen direct contact laten maken met Lydian.
|