Arduin

voor bezoekers

A - A - A - A 
zoeken

Conventie van de rechten van Mensen met Beperkingen


Op 13 december j.l. heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Convention on the Rights of Persons with Disabilities, de Conventie van de Rechten van Mensen met Beperkingen, aangenomen.
Dit is een belangrijke stap vooruit in de erkenning van en het waarborgen van de rechten van mensen met een beperking.
Hier een samenvatting.

De conventie in het kort:

“Het doel van de Conventie is de rechten van mensen met een beperking uitvoerig te behandelen en aan te geven hoe deze rechten tot uiting dienen te komen,” aldus Don MacKay, de voorzitter van de commissie die het verdrag gesloten heeft.

Landen die zich bij de Conventie aansluiten, verplichten zichzelf om beleid en wetten te ontwikkelen en administratieve maatregelen te nemen en dit beleid, deze wetten en deze maatregelen uit te voeren om de rechten zoals die erkend worden in de Conventie te waarborgen. Verder verplichten de landen zich wetten, regelingen, gewoonten en procedures af te schaffen die discriminerend zijn. (artikel 4)

Aangezien een verandering van opvattingen nodig is om de situatie van mensen met een beperking te verbeteren, dienen ratificerende landen stereotypen en vooroordelen tegen te gaan en de bewustwording van de mogelijkheden van mensen met een beperking te stimuleren. (artikel 8)

Landen dienen te garanderen dat mensen met een beperking het inherente recht hebben om op een gelijkwaardige basis met anderen te leven (artikel 10), zorg te dragen voor gelijke rechten en vooruitgang van vrouwen en meisjes met een beperking (artikel 6) en kinderen met een beperking te beschermen (artikel 7).

Kinderen met een beperking zullen gelijke rechten hebben, zullen niet tegen hun wil in gescheiden worden van hun ouders, behalve wanneer de autoriteiten bepalen dat dit in het belang van het kind is, en zullen in geen geval gescheiden worden van hun ouders op basis van een beperking van óf het kind óf de ouders. (artikel 23)

Landen dienen te erkennen dat iedereen gelijk is voor de wet, om discriminatie op basis van een beperking te verbieden en gelijke gerechtelijke bescherming te garanderen. (artikel 5)

Landen dienen het gelijke recht op eigen en inherente bezittingen te garanderen om financiële zaken te controleren en om gelijke toegang te hebben tot bankleningen, kredieten en hypotheken (artikel 12). Ze dragen zorg voor rechtvaardigheid op een gelijke basis met anderen (artikel 13) en dienen ervoor te zorgen dat mensen met een beperking het recht op vrijheid en bescherming genieten en dat hun vrijheid ze niet onwettig of willekeurig ontzegd wordt (artikel 14).

Landen dienen de fysieke en mentale integriteit van mensen met een beperking, net als bij ieder ander te beschermen (artikel 17), te garanderen dat ze gevrijwaard blijven van foltering en een wrede, onmenselijke en onterende behandeling of straf en medische of wetenschappelijke experimenten zonder toestemming van de betrokken persoon te verbieden (artikel 15).

Wetten en administratieve maatregelen dienen de vrijwaring van exploitatie, geweld en misbruik te garanderen. In geval van misbruik zullen de staten het herstel, de rehabilitatie en de reïntegratie van het slachtoffer stimuleren en het misbruik onderzoeken. (artikel 16)

Mensen met een beperking dienen niet onderworpen te worden aan willekeurige of illegale belemmering van hun privacy, familie, thuis, correspondentie of communicatie. De privacy van hun personeel, gezondheid en rehabilitatie moet net zo beschermd worden als bij anderen. (artikel 22)
De Conventie verlangt op het gebied van het belangrijke onderwerp toegankelijkheid (artikel 9) van landen dat zij obstakels en barrières vaststellen en wegwerken en ervoor zorgdragen dat mensen met een beperking toegang hebben tot hun omgeving, vervoer, publieke faciliteiten en diensten en informatie- en communicatietechnologie.

Mensen met een beperking dienen de mogelijkheid te hebben om zelfstandig te wonen, om te kiezen waar en met wie ze wonen en dienen toegang te hebben tot ondersteuning binnenshuis (artikel 19). Persoonlijke mobiliteit en onafhankelijkheid dienen gekoesterd te worden door te zorgen voor betaalbare persoonlijke mobiliteit, training in mobiliteitsvaardigheden en toegang tot mobiliteitshulpmiddelen, -apparaten, ondersteunende technologie en directe hulp. (artikel 20)

Landen erkennen het recht op een goede levensstandaard en sociale bescherming; dit omvat openbare huisvesting, diensten en ondersteuning voor aan de beperking gerelateerde behoeften en financiële ondersteuning bij aan de beperking gerelateerde kosten in het geval van armoede. (artikel 28)

Landen dienen de toegang tot informatie te bevorderen door informatie bedoeld voor een algemeen publiek te verschaffen op een toegankelijke wijze en met toegankelijke technologie, door te zorgen voor het gebruik van brailleschrift, gebarentaal en andere vormen van communicatie en door de media en internetaanbieders te stimuleren om online informatie goed toegankelijk te maken. (artikel 21)

Discriminatie op het gebied van huwelijk, familie en persoonlijke relaties zullen worden afgeschaft. Mensen met een beperking dienen een gelijke kans te hebben op het ouderschap, op het huwelijk en het stichten van een gezin, op het bepalen hoeveel kinderen ze willen en op de gezinsplanning, op de toegang tot seksuele voorlichting en voorbehoedsmiddelen en op het genieten van gelijke rechten en plichten met betrekking tot voogdijschap, beheerderschap en adoptie van kinderen. (artikel 23)

De staten dienen ervoor te zorgen dat er gelijke toegang is tot basis- en voorgezet onderwijs, beroepsonderwijs, volwassenenonderwijs en levenslang onderwijs. Onderwijs is het gebruiken van de juiste materialen, technieken en communicatievormen. Leerlingen met ondersteuningsbehoeften dienen afgemeten ondersteuning te krijgen en leerlingen die blind, doof of doof-blind zijn, dienen hun onderwijs te krijgen door middel van de, voor hen, meest geschikte vorm van communicatie, door onderwijzers die gebarentaal en het brailleschrift perfect beheersen. Onderwijs van mensen met een beperking moet hun deelname aan de maatschappij, hun gevoel van eigenwaarde en de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, mogelijkheden en creativiteit bevorderen. (artikel 24)

Mensen met een beperking hebben het recht op de hoogst haalbare standaard van gezondheid zonder discriminatie op basis van hun beperking. Ze dienen hetzelfde aanbod, dezelfde kwaliteit en dezelfde standaard van gratis of betaalbare gezondheidszorg als ieder ander te ontvangen. Verder dienen ze de zorg te krijgen die ze op basis van hun beperking nodig hebben en niet gediscrimineerd te worden bij de voorwaardes van zorgverzekeringen. (artikel 25)

Om het mensen met een beperking mogelijk te maken maximale onafhankelijkheid en bevoegdheid te verkrijgen dienen landen te zorgen voor allesomvattende ondersteuning op het gebied van financiering en rehabilitatie met betrekking tot zorg, banen en onderwijs. (artikel 26)

Mensen met een beperking hebben gelijke rechten op werk en het verdienen van een inkomen. Landen dienen discriminatie bij werkgerelateerde aangelegenheden te verbieden, het werken als zelfstandig ondernemer te stimuleren, mensen met een beperking in dienst te nemen in de publieke sector, het werken in de particuliere sector te stimuleren en ervoor te zorgen dat ze een goede werkplek hebben. (artikel 27)

Landen dienen zorg te dragen voor een gelijke deelname aan het politieke en publieke leven, inclusief het recht om te stemmen, om zich verkiesbaar te stellen en om een ambt te bekleden. (artikel 29)

Landen dienen deelname aan culturele activiteiten, ontspanning, vrije tijd en sport te stimuleren door er voor te zorgen dat televisieprogramma’s, films, theater en culturele activiteiten toegankelijk worden aangeboden, dat theaters, musea, bioscopen en bibliotheken goed bereikbaar zijn en dat er gegarandeerd kan worden dat mensen met een beperking de mogelijkheid hebben hun creativiteit te ontwikkelen en te gebruiken voor verrijking van de maatschappij en niet alleen voor verrijking van zichzelf. Landen dienen te zorgen voor de deelname aan zowel sporten die bedoeld zijn voor het grote publiek als sporten bedoeld voor mensen met een beperking. (artikel 30)

Landen dienen ontwikkelingslanden te helpen bij het in de praktijk brengen van de Conventie. (artikel 32)

Landen dienen een aanspreekpunt in hun regering aan te wijzen en de Conventie in hun land te stimuleren en te controleren om te zorgen voor een goede uitvoering en controle van de Conventie. (artikel 33)

Een Commissie voor de Rechten van Mensen met een Beperking, bestaande uit onafhankelijk deskundigen, zal geregeld rapporten van de staten krijgen met daarin de vorderingen van het uitvoeren van de Conventie. (artikel 34 – 39)

Een optioneel Communicatieprotocol van 18 artikelen stelt individuen en groepen in staat om de genoemde Commissie aan te schrijven wanneer alle nationale procedures doorlopen zijn.

De (Engelstalige) tekst van dit protocol is te vinden op:
http://www.un.org/esa/socdev/enable/rights/ahc8adart.htm

Ga voor informatie naar www.un.org/esa/socdev/enable of neem contact op met: Eduardo Bellando
Afdeling Informatie Verenigde Naties
Telefoonnummer: (212) 963-8275
E-mail: bellando@un.org